Het ene hout is het andere niet

> Energie uit biomassa
> Kán duurzaam zijn
> Ruimtebeslag een probleem

Rijkert Knoppers
In: Technisch Weekblad nr. 17. 24 april 2015

‘Om de uitstoot van broeikasgassen op essentiële wijze te bestrijden zal er een op biomassa gebaseerde economie moeten ontstaan, waarbij biomassa in de tweede helft van deze eeuw een aandeel moet hebben van ongeveer 300 EJ.’ Dit zei André Faaij, universiteitshoogleraar Energy System Analysis van de Rijksuniversiteit Groningen op vrijdag 10 april tijdens een druk bezocht symposium over biomassa. ‘De noodzakelijke ontwikkeling kan op tijd gebeuren binnen de komende 30 tot 40 jaar,’ aldus Faaij. ‘Het is van essentieel belang om de biomassa productie te combineren met gemoderniseerde landbouw en een goed landbeheer.’ Het door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) georganiseerde symposium vond plaats naar aanleiding van een begin dit jaar verschenen KNAW rapport over biomassa, dat veel kritiek ontving, onder meer van Faaij. Maar ook bijvoorbeeld Dorette Corbey, voorzitter Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa, vond de feitelijke informatie in het rapport aanvechtbaar en de aanbevelingen van weinig praktisch nut. Het leek dan ook een goede zet van de KNAW om dit symposium te organiseren om alle argumenten rond dit onderwerp op een rij te krijgen.
Een ding kwam tijdens de bijeenkomst duidelijk naar voren en dat is dat de situatie rond het gebruik van biomassa erg complex is. De verschillende sprekers brachten voortdurend naar voren dat het vellen van een oordeel alleen verantwoord is als er goed naar de relevante randvoorwaarden is gekeken. Zo stelde Martin Junginger van de Universiteit Utrecht, dat in Amerika het moment van aanplanting van dennenbomen bepaalt of er op het moment van oogsten sprake is van milieuwinst of niet. ‘Het vooruitzicht om hout voor elektriciteitsopwekking te gebruiken en zo de komende tien jaar steenkool te vervangen is niet noodzakelijkerwijs een slecht idee,’ aldus Junginger. ‘Maar het stimuleren van een duurzame productie van basismateriaal is uitermate belangrijk, los van het gebruik voor elektriciteit, warmte, brandstoffen, biochemie of traditionele hout- en papierindustrie.’
Los van de discussie over hoe biomassa en bio-energie scoort op het gebied van duurzaamheid blijkt het materiaal ook veel ruimte in beslag te nemen, stelde Tim Searchinger van de Amerikaanse Princeton University. ‘Het benutten van biomassa gaat gepaard met een erg inefficiënt gebruik van land,’ aldus Searchinger. ‘Bovendien vraagt biomassa grote hoeveelheid water voor een matige hoeveelheid geproduceerde energie.’ Volgens Searchinger zou bijvoorbeeld het gebruik van zonne-energie wat ruimtebeslag betreft 100 keer efficiënter zijn dan biomassa, terwijl zonnepanelen bovendien ook op onvruchtbaar land zijn te plaatsen.
Het ruimtebeslag bleek ook voor David Mackay, hoogleraar constructieleer aan de Universiteit van Cambridge een belangrijk punt. Ter illustratie stelde hij, dat als op een snelweg auto’s achter elkaar op een onderlinge afstand van 80 meter zouden rijden met een snelheid van ongeveer 100 km/uur, er naast de snelweg ruwweg een 8 km brede strook landbouwgrond nodig zou zijn voor de verbouwing van de benodigde biobrandstof. Hierbij ging Mackay uit van het feit dat de betreffende auto’s gemiddeld een brandstofverbruik van ongeveer 1 op 10 zouden hebben, en dat een hectare landbouwgrond 1.200 liter biobrandstof per jaar kan voortbrengen. Daarnaast benadrukte Mackay ook, hoe belangrijk de productiewijze van biomassa is voor een beoordeling over de te verwachte milieuwinst. ‘Bio-energie gaat naar verwachting in Engeland aanzienlijk bijdragen aan de landelijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid,’ aldus Mackay, ‘Het door ons ontwikkelde Biomass Emissions and Counterfactual Model (BEAC) laat zien dat volgens sommige scenario’s bio-energie aanzienlijk hoeveelheden koolstofdioxide emissies bespaart, terwijl andere scenario’s aantonen dat de komende 100 jaar de uitstoot van biomassa zelfs groter kan zijn dan van fossiele brandstoffen.’ Als voorbeeld noemde Mackay dat het opwekken van elektriciteit met behulp van uit bossen afkomstige houtresten, die anders in de afvalverbrandingsovens zouden verdwijnen, een zeer lage uitstoot aan broeikasgassen zal hebben, terwijl het kappen van bomen in bossen, met als doel om dat hout te verstoken in elektriciteitscentrales, de uitstoot aan koolstofdioxide emissies soms zelfs hoger kan komen te liggen dan die van kolencentrales. Daarmee Mackay onderstreepte, wat al eerder op het symposium naar voren was gekomen, dat het gebruik van bio-energie een genuanceerde aangelegenheid is, waarbij de randvoorwaarden van grote invloed zijn op de mate van duurzaamheid van het materiaal.

Geef een antwoord